
Goede waterkwaliteit wordt steeds minder vanzelfsprekend. Met de toenemende bevolkingsdichtheid, de verdergaande industrialisering en de klimaatverandering, moeten we in de toekomst meer ons best doen om over schoon water te kunnen beschikken voor consumptie, landbouw en recreatie. Het water in Europa moet blijvend schoner worden en duurzaam worden gebruikt.
De Kaderrichtlijn Water is een Europese richtlijn die streeft naar het bereiken van een goede ecologische toestand van het water. De belangrijkste doelstelling is: schoon water in 2015. Schoon genoeg om gewassen mee te besproeien en schoon genoeg voor planten en dieren. Om daaraan te kunnen voldoen, zijn extra maatregelen nodig op het gebied van duurzaam omgaan met en vermindering van verontreiniging van water. Deze maatregelen worden in samenwerking met de regionale partijen per deelstroomgebied bepaald.
In 2009 moet Nederland stroomgebiedsbeheerplannen klaar hebben. Nederland is in de Europese Kaderrichtlijn Water ingedeeld in vier stroomgebieden: Eems, Rijn, Maas en Schelde. Rijkswaterstaat, drie waterschappen, twee provincies en zestien gemeenten zijn samen verantwoordelijk voor het waterbeheer in het stroomgebied Schelde.
Sinds de invoering van de Kaderrichtlijn Water (KRW) is de verantwoordelijkheid van waterschappen voor het visbeheer onderstreept. In het kader van inventarisatie heeft AquaSense|Grontmij inmiddels drie opeenvolgende jaren onderzoek verricht naar de visstand en advies gegeven voor het opstellen van maatlatten.
Om de ecologische status van een water(lichaam) te bepalen zijn voor allerlei dimensies (waaronder vis) maatlatten opgesteld. Deze maatlatten zijn toepasbaar voor een bepaald type oppervlaktewater. Binnen het beheersgebied van WZE zijn 3 watertypen aanwezig. De maatlatten toetsen de huidige situatie op basis van de aanwezige aantal soorten en biomassaverhouding.
Omdat de Zeeuwse wateren sterk bepaald worden door het brakke karakter, zijn de opgestelde maatlatten zeer specifiek te noemen. Voor de 30 waterlichamen zijn inmiddels zes GEP-afleidingen opgesteld voor vissen.
Veel Zeeuwse wateren worden gedomineerd door karpers. Deze karper levert, wanneer uitgegaan wordt van de referentiemaatlat een positieve bijdrage voor de abundantie zoetwatervissen, terwijl een overmaat aan karper juist een negatieve invloed levert op de ecologie van het oppervlaktewater. Om die reden zijn ook negatieve maatlatten opgesteld die de totaalscore negatief beïnvloedt. Resultaat is wel dat met name de abundantie door een enkele karper sterk verstoord kan worden.