Peilbeheer

Peilbeheer

Het waterschap waakt over het juiste peil in de sloten. Als er veel neerslag valt, mag het water niet te hoog staan en als het een lange tijd droog is, mag het peil niet te laag zakken. Hoe hoog of laag het peil in de sloten mag zijn, is vastgelegd in peilbesluiten. Het gebied is verdeeld in zogenaamde peilgebieden. In totaal zijn er ongeveer 500 van. Per peilgebied wordt in een peilbesluit vastgelegd naar welk waterpeil in de zomer en in de winter gestreefd wordt.

Het is soms lastig om te bepalen wat het ideale peil is. Bij een woonwijk worden andere eisen gesteld dan bijvoorbeeld bij een natuurgebied of landbouwgrond. Belangen kunnen soms met elkaar botsen. Daarnaast spelen andere factoren, zoals de aanwezigheid van drainage en de grondsoort ook nog een belangrijke rol in het bepalen van de streefpeilen.

Om het juiste peil te bepalen maakt het waterschap steeds meer gebruik van moderne technieken. Computers hebben veel rekenwerk overgenomen en met uitgebreide modellen kan behoorlijk nauwkeurig worden bepaald waar bijvoorbeeld de zwakke plekken zitten die aangepakt moeten worden. Bij het bepalen van de streefpeilen houdt het waterschap zich aan de richtlijnen die daarvoor vanuit Nederland (Nationaal Bestuursakkoord Water) en Europa (Kaderrichtlijn Water) gegeven worden.

Continu meten

De in de peilbesluiten vastgelegde streefpeilen worden zo goed mogelijk nageleefd. Het water in de sloten wordt op het juiste peil gehouden met stuwen, sluizen, duikers en gemalen. Daarmee kan het waterschap het water afvoeren, vasthouden of soms ook inlaten.

Om zeker te weten hoe hoog het water in de sloot staat, heeft het waterschap een uitgebreid meetnet. De bekende blauwe peilschalen zijn een onderdeel van het meetnet, maar er zijn ook honderden elektronische meetpunten, die continu de waterstand in de gaten houden.

De ogen en oren van het waterschap zijn de kantonniers, de veldmedewerkers. Zij kennen het gebied en weten precies wat er gaande is. De meeste stuwen worden door de kantonniers bediend.

Op afstand bedienen

Vrijwel alle gemalen en steeds meer stuwen kunnen ook op afstand worden bediend. Het gemaal of de stuw is dan uitgerust met een computer, die automatisch de waterstanden meet en de stuwhoogte aanpast of de pompen van het gemaal aan- of uitzet.

De computer staat in verbinding met de hoofdpost op het hoofdkantoor. Vanuit de hoofdpost wordt in de gaten gehouden of alles goed gaat en of er geen storingen zijn.

Jaarlijkse Bedrijfsrapportage

Over de werkzaamheden en activiteiten is over het jaar 2008 een Bedrijfsrapportage opgesteld. Het jaar 2008 stond vooral in het teken van het verder inhoud geven van én uitvoering geven aan landelijk, regionaal, provinciaal en eigen waterbeleid.

Na het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) van 2003 en de Kaderrichtijn Water (KRW) staat waterbeheer zeer nadrukkelijk in de aandacht en worden veel projecten uitgevoerd om het watersysteem te verbeteren. Dit lijkt, gelet op de (toekomstige) klimaatveranderingen, ook noodzakelijk.

Om de watersystemen in 2015 op orde hebben, zijn de onderzoeken en voorbereidingen voor de gebiedsgerichte aanpak in volle gang. Met alle betrokken partijen wordt gekeken naar knelpunten en oplossingen. Een koppeling van doelen uit het NBW met de KRW is op veel aspecten mogelijk en biedt kansen voor het waterbeheer.

Naar boven