Begrippen- en afkortingenlijst

Homepage website > Informatie producten > Begrippen- en afkortingenlijst

Begrippen- en afkortingenlijst

Hier vindt u een lijst van begrippen en afkortingen die in deze site of in de waterschapswereld gehanteerd worden.
a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z *
Aanslag

Hieronder wordt verstaan voorlopige, nadere voorlopige, definitieve en navorderingsaanslag.

Afkoppelen

Afkoppelen houdt in dat verhard oppervlak (denk aan parkeerterreinen, grote daken, etc.) niet meer is aangesloten op de riolering, maar loost op het oppervlaktewater of in de bodem. Hiermee voorkomen we dat relatief schoon regenwater onnodig naar de afvalwaterzuiveringsinstallatie gaat.

Afvalwater

Alle water dat afvalstoffen of schadelijke stoffen bevat.

Afwateren

Het afvoeren van overtollig water (van gronden, landerijen en polders) via een stelsel van sloten en beken naar een lozingspunt, bijvoorbeeld een gemaal.

Afwatering

Systeem of inrichting om (regen) water af te voeren via open waterlopen.

Algemeen Bestuur

Het algemeen bestuur is het hoogste bestuursorgaan van het waterschap. Net als gemeenteraadsleden worden de leden van het algemeen bestuur eenmaal per vier jaar democratisch gekozen. Bij waterschap Zeeuwse Eilanden wordt het ook wel algemene vergadering genoemd.

Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB)

Wettelijke regeling, waarin niet iedere betrokkenen een vergunning moet aanvragen, maar waarbij een categorie bedrijven als het ware een collectieve vergunning krijgt.

Aquatische leefgemeenschap

Groep van watergebonden planten- en diersoorten, die kenmerkend is voor bepaalde leefomstandigheden (bijvoorbeeld voedselarm, snelstromend water of juist stilstaand, voedselrijk water)

Aquatische systemen

Het geheel van chemische, fysische en biotische en de onderlinge beïnvloeding van deze factoren.

AV
AV =  algemene vergadering (de vergadering van het algemeen bestuur van het waterschap)
Baggeren

Wanneer er veel bagger op de bodem van een sloot of plas ligt, kan dit nadelige gevolgen hebben voor de doorstroming of de waterkwaliteit. Is dit het geval, dan zal het waterschap ervoor zorgen dat de onderhoudsplichtige gaat baggeren.

Bemalen

Droog-, leegmalen; kunstmatig weghalen van overtollig water.

Bemalingswater

Zie: Bronneringswater.

Benedenstrooms

Deel van een beek of rivier waar het water heen stroomt (andere zijde bovenstrooms)

Beperkt lozen

Lozen van 10 inwoners equivalent (i.e.) of minder.

Beregeningsverbod

zie wateronttrekkingsverbod

Bergbezinkbassin

Een berging die als doel heeft om in bepaalde omstandigheden het geloosde afvalwater op oppervlaktewater te verminderen en om nog bezinkbaar materiaal in het afvalwater te laten bezinken voordat het in bepaalde omstandigheden terecht komt in het oppervlaktewater.

Berging

Tijdelijke opslag van water, de hoeveelheid water die de waterlopen en de bodem in een gebied kunnen opnemen.

Beschoeiing

Palen en schotten langs de oever van het water vormen de beschoeiing. Zij zorgen ervoor dat de oever beschermd wordt en niet kan instorten.

Bestuurlijke organisatie

De bestuursorganen van het waterschap en de door hen ingestelde commissies die niet behoren tot de ambtelijke organisatie, met inbegrip van de bijbehorende overleg- en besluitvormingsstructuren (begrip uit de Organisatieverordening).

Bestuursorganen

De Vergadering van hoofdingelanden (VVH), het dagelijks bestuur (DB) en de watergraaf; (begrippen uit de Organisatieverordening).

Bestuursverkiezing

Het algemeen bestuur van een waterschap wordt eens in de vier jaar gekozen door de belastingbetalers (burgers en bedrijven). De eerstvolgende verkiezingen worden in 2008 gehouden.

Binnendijks

Aan de kant van het land of het binnenwater.

Biologische waterkwaliteit

De kwaliteit van het oppervlaktewater uitgedrukt in het voorkomen van bepaalde planten en diersoorten (indicatoren). Zie ook fysisch-chemische waterkwaliteit.

Blauwalgen

Verontreiniging van vooral stilstaand oppervlaktewater door afsterven van biologisch materiaal.

Bodemsanering

Het beperken en zoveel mogelijk ongedaan maken van verontreiniging en de directe gevolgen daarvan of van dreigende verontreiniging van de bodem.

Botulisme

Vergiftiging als gevolg van toxines, die door de bacterie Clostridium botulinum worden geproduceerd. Er zijn zes verschillende stammen te onderscheiden, waarvan sommige giftig zijn voor de mens. Botulisme in oppervlaktewater kan leiden tot verlammingsverschijnselen bij en sterfte van watervogels en vissen.

Bronbemaling

Tijdelijk verlagen van de grondwaterstand om werkzaamheden mogelijk te maken.

Bronnering

Het wegpompen van grondwater om een stuk grond droger te maken. Bronnering heet ook wel grondwaterspiegelverlaging.

Bronneringswater

Opgepompt grondwater dat op de riolering of op het oppervlaktewater wordt geloosd

Budgethouder

Een medewerker van het waterschap die de bevoegdheid (mandaat) heeft tot het realiseren van vooraf overeengekomen prestaties waarbij de daartoe in het budget opgenomen middelen kunnen worden ingezet.

Bufferen

Opvangen en opslaan van water om pieken in de waterafvoer af te vlakken.

Buitendijks
Aan de buitenkant van de dijk. Aan de kant van het te keren (buiten)water.
Chemisch Zuurstofverbruik (CZV)

Chemisch zuurstofverbruik; geeft mate van verontreiniging van water weer.

Controller

Hoofd van de afdeling die belast is met het toezicht op de doelmatigheid en rechtmatigheid van de besteding van de waterschapsfinanciën en de inrichting van de administratieve organisatie en interne controle binnen het waterschap (begrip uit de Organisatieverordening).

Coupure
Onderbreking in de waterkering voor de doorvoer van een weg, waterweg of spoorweg die bij hoge buitenwaterstanden afsluitbaar is.
Debiet

De hoeveelheid water die een bepaald punt op een bepaald moment passeert. Een voorbeeld: als een gemaal een debiet van 90 m3/min. heeft, betekent dit dat er elke minuut 90 m3 (90.000 liter) water kan worden verpompt (verplaatst).

Delta
Mondingsgebied van rivieren, gekenmerkt door splitsende zijarmen.
Deltahoogte
Hoogte van een waterkering, die voldoet aan de veiligheidsnorm volgens de Deltawet.
Detailontwatering

Ontwatering op kleine schaal, bijvoorbeeld door middel van drainage, greppels en kleine sloten.

Diffuse bronnen

Diffuus betekent vaag. Diffuse bronnen zijn dan ook: de niet afzonderlijk aan te wijzen lozers van afval (vervuilers). De lozingen zijn afkomstig van wegen, daken en pleinen, en bereiken veelal via de bodem het grond- en/of oppervlaktewater. Omdat niet concreet is aan te geven wie de lozers zijn, is dit een gemeenschappelijk probleem.

Dimensionering

Het berekenen en uitvoeren van de afvoercapaciteit van een waterloop of zuiveringscapaciteit van een rioolwaterzuivering.

Drainage

Het versneld afvoeren van overtollig grondwater van een akker of weiland door het aanleggen van bijvoorbeeld greppels of buizen.

Drinkwater

Veel mensen hebben vragen over drinkwater. Het is goed om te weten dat niet het waterschap hiervoor zorgt, maar de waterleidingmaatschappij. Voorwaterschap Zeeuwse Eilanden is dat Evides. Bij hen kunt u terecht met vragen over bijvoorbeeld de hardheid en de herkomst van het drinkwater.

Droogteschade

Schade aan gewassen door gebrek aan vocht.

DT
DT = directieteam
Duiker

Buis of koker die onder een weg door loopt en die één of meerdere waterlopen verbindt.

Duinvoet
Overgang van strand naar duin. De positie van de duinvoet in een dwarsprofiel wordt door veel beheerders gedefinieerd met behulp van een in de tijd constante hoogtelijn (bijvoorbeeld NAP +3 m).
DWA

Afkorting voor 'droogweeraanvoer' of 'droogweerafvoer'; de hoeveelheid rioolwater die gedurende een dag zonder neerslag op een rioolwaterzuivering wordt aangevoerd of uit uit een bepaalde gebied wordt afgevoerd.

Ecologische Hoofdstructuur (EHS)

Een op rijksniveau vastgestelde ruimtelijke structuur waarin (potentiële) natuurgebieden als een netwerk door middel van ecologische verbindingszones met elkaar zijn verbonden.

Ecologische Verbindingszone (EVZ)

Een ecologische verbindingszone is een terrein dat natuurvriendelijk is ingericht en dat tussen twee natuurgebieden in ligt. Hierdoor worden deze aan elkaar verbonden en kunnen dieren en planten zich over beide gebieden verspreiden.

Economische waarde

De waarde van een onroerende zaak in het economisch verkeer. Het waterschap moet als heffingsmaatstaf de door de gemeente vastgestelde waarde per 1 januari van het betreffende belastingjaar hanteren.

Ecosysteem

Het geheel van organismen (planten en dieren) en hun omgeving, alsmede de onderlinge relaties tussen de organismen en de wisselwerking met hun omgeving.

Effectmonitoring

Het meten en rapporteren van de effecten van waterhuishoudkundige maatregelen alsmede de mate waarin de doelstellingen zijn bereikt.

Effluent

Het schone water dat overblijft na het zuiveringsproces op een rioolwaterzuiveringsinstallatie

Emissie

De uitstoot van gassen, vloeibare en vaste stoffen naar lucht, water of bodem, door fabrieken, voertuigen, enz.

Erosie

Slijtage of aantasting (van bijvoorbeeld een dijk of een oever*) door wind, water en lucht.

Eutrofiëring

Verhoging van de voedselrijkdom van water als gevolg van belasting met fosfor- en stikstofverbindingen. Eutrofiëring van oppervlaktewater kan leiden tot algenbloei, zuurstofloosheid en vissterfte.

Faecaliën/fecaliën

Menselijke uitwerpselen.

Fosfaat

Meststof die voorkomt in menselijke en dierlijke uitwerpselen. In het oppervlaktewater is deze stof, samen met nitraat verantwoordelijk voor de groei van algen.

Freatische grondwaterstand

De grondwaterstand zoals die zich instelt in een gegraven kuil.

Fysisch-chemische waterkwaliteit

Kwaliteit van het grond- of oppervlaktewater uitgedrukt in fysische eigenschappen (temperatuur, doorzicht) en gehalten van (chemische) stoffen. Zie ook Biologische waterkwaliteit.

Gemaal

Een pompstation dat water in of uit een gebied pompt. Een afvoergemaal pompt het water een gebied uit, een inlaatgemaal pompt het water een gebied in.

Gemengd rioolstelsel

Een riool waarin zowel afvalwater als regenwater gezamenlijk door één buis wordt afgevoerd. Tegengestelde is gescheiden rioolstelsel

Geologische opbouw

De opbouw van de bodem in grondsoorten.

Gescheiden rioolstelsel

Een riool waarbij het afvalwater en het regenwater gescheiden in twee afzonderlijke buizen wordt afgevoerd. Tegengestelde is gemengd rioolstelsel.

Gewenste grond- en oppervlaktewaterregime (GGOR)

De instelling van de grond- en oppervlaktewaterpeilen, waarbij een bij het grondgebruik horende waterhuishouding ontstaat.

Gezworene
bestuurder van het waterschap.
Grondwater

Water beneden het grondoppervlak, beperkt tot water beneden de grondwaterspiegel.

Grondwatersanering

Verwijderen van verontreinigd grondwater uit de bodem. Indirect wordt hierdoor de gehele bodem gereinigd , maar er wordt niet of niet meer ontgraven.

Grondwaterstand

De hoogte van het grondwater ten opzichte van een bepaald punt. In Nederland wordt de grondwaterstand uitgedrukt ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil (NAP).

Handhaven

Controle op de naleving van de regels, zoals die bijvoorbeeld staan vermeld in de keur en de wetboeken van de Rijksoverheid.

Hemelwater

Verzamelnaam voor neerslag zoals regen, sneeuw en hagel.

Huishoudwater

Alternatief voor drinkwater

Hydraulische capaciteit

De hoeveelheid water dat verwerkt kan worden door bijvoorbeeld een rioolwaterzuivering.

Hydrologie

De wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van het oppervlaktewater, de stromingen en de stand van het grondwater.

Individuele Behandeling Afvalwater (IBA)

Kleine afvalwaterzuivering, dat als alternatief kan dienen voor aansluiting op de riolering voor panden en bedrijven in buitengebied waar geen riolering ligt.

Infiltratie

Het binnendringen van water in de bodem.

Infiltratiegebied

Gebied waar de neerslag van nature de grond intrekt, daarmee het grondwater aanvult en dus niet via waterlopen wordt afgevoerd.

Influent

Het via het riool op een rioolwaterzuiveringsinstallatie aangevoerde afvalwater.

Ingelanden

burgers die wonen binnen het waterschapsgebied.

Ingezetene

Inwoners van een bepaald gebied. Bijvoorbeeld de inwoners van het werkgebied van het waterschap.

Integraal waterbeheer

Waterbeheer waarbij rekening wordt gehouden met de verschillende functies in een gebied, zoals bebouwing, landbouw, natuur en recreatie.

Inundatie

Het onder water (laten) lopen van bepaalde gebieden.

Keur

In de keur staat wat wel en niet mag op of aan de waterkeringen (dijken en kades) en watergangen. Zo is bijvoorbeeld het maken van schuurtjes of het aanleggen van bomen en struiken binnen een zone van vijf meter vanaf de watergang verboden. De regels maken het mogelijk dat het waterschap het onderhoud aan watergangen en waterkeringen goed kan uitvoeren. Het gaat om alle wateren en waterkeringen die het waterschap in beheer heeft inclusief een aangrenzende strook van 4,5 of 5 meter grond.

Keurgebied

Gebied waarop de keur van toepassing is.

Keurzone

Gebied waarop de keur van toepassing is.

Koelwater

Water dat uitsluitend is gebruikt voor koelingdoeleinden.

Kreukelberm
Horizontaal gedeelte van een dijk, aan de buitenzijde gelegen, als overgang tussen de harde bekleding en de rest van het talud of de vooroever. Ook wel 'teenbestorting' of 'plasberm'genoemd.
Kruinhoogte
Hoogte van de waterkering.
KRW
KRW = Kaderrichtlijn Water
Kwelsloot
Sloot aan de binnenzijde van de dijk die tot doel heeft kwelwater op te vangen en af te voeren.
Kwelwater

Grondwater dat aan de oppervlakte komt, onder invloed van een grote waterdruk. Deze grote waterdruk wordt vaak veroorzaakt door een naastgelegen rivier die het grondwater als het ware onder de kade of dijk doordrukt. Kwelwater is vaak zuurstofarm en kalkrijk en heeft daarmee een grote invloed op de flora en fauna.

Kwijtschelding

Een vrijstelling voor de waterschapsbelasting watersysteemheffing ingezetenen en verontreinigingsheffing/zuiveringsheffing.

Legger

Officieel register, waarin vastgelegd is welke waterlopen er in het gebied zijn, waar ze liggen en hoe die er uit zien. Dat register bestaat uit kaarten, beschrijvingen en dwarsprofielen.

of

Document waarin de beschrijving is opgenomen van de minimale eisen waaraan de (primaire) waterkering moet voldoen naar richting vorm afmeting en constructie en waarin de keurbegrenzingen worden aangegeven.

Lozingsnorm

Een gehanteerde norm voor de maximaal toelaatbare belasting van een afvalwaterstroom op een bepaald milieubelastend aspect.

Lozingsobject

Het object dat systematisch lozing van aan het objectgebonden afvalwater voortbrengt, waarbij het geloosde afvalwater al dan niet via werken op directe of indirecte wijze in het oppervlaktewater terecht komt

Lozingspunt

Het punt waar door middel van een werk water in een oppervlaktewater wordt gebracht, zonder dat het water uit een ander oppervlaktewater afkomstig is

Maaibeheer

De wijze van maaien volgens vaste jaarplannen.

Maaionderhoud

Het open houden van watergangen door te maaien.

Maaiveld

De bovenkant van de grond.

Meanderen

De kronkelige loop van een beek of rivier (meander = bocht).

MER

MER = Millieu Effect Rapportage

Migratie

Regelmatige trek van vissen en overige dieren van de ene naar een andere plaats.

Morfologie

De vormen van het landschap.

MURA

MURA = Muskusrattenbestrijding

Muskusrat

Knaagdier (ook wel bisamrat of waterkonijn genoemd) dat graaft in de oevers en kades van rivieren, beken en sloten. Hierdoor verzwakken deze oevers en kades en kunnen ze instorten, waardoor een overstroming kan ontstaan.

NAP
Normaal Amsterdams Peil
Natuurontwikkelingsgebied

Gebied die zijn waarde ontleent aan de bijzondere geschiktheid voor ontwikkeling van nieuwe natuur, het verhogen van de kwaliteit van bestaande natuur en het verbinden van natuurkerngebieden.

NBW
NBW = Nationaal Bestuursakkoord Water
Nooduitlaat

Een rioolwerk dat bij uitzonderlijke situaties direct afvalwater uit een riool kan laten op het oppervlaktewater.

Normaal Amsterdams Peil (NAP)

Alle hoogtes in Nederland, zowel op het land als in het water, worden weergegeven in meters boven of onder NAP. NAP betekent dus niet, zoals sommige mensen denken, Nieuw Amsterdams Peil.

Nutriënten

Voedingstoffen.

Oever

Het talud, waarbij nog sprake is van een directe relatie met het water (rivier, beek, stroom).

Onderhoudsbeheer

Het volgens een vast jaarplan onderhouden van de watergangen.

Onderhoudsplicht

De plicht van een eigenaar van grond, grenzend aan een sloot of beek, om die sloot of beek te onderhouden tot de helft van de breedte .

Ontheffingen

Een vrijstelling voor iets dat wettelijk niet is toegestaan. Een ontheffing kan bijvoorbeeld worden verleend voor het verbod om te lozen op oppervlaktewater.

Ontwatering

De afvoer van water van een perceel of gebied, over of door de grond en eventuele drainagebuizen, greppels en kleine slootjes naar een groter stelsel van sloten en beken.

Oppervlaktewater

Al het natuurlijk water dat te zien aan het oppervlak van het landschap, zoals sloten, beken, kanalen en vennen, en in verbinding staan met grondwater.

Overstorten (rioolwater)

Nooduitlaten in het rioolstelsel, waardoor bij hevige regenval en capaciteit te kort om rioolwater te bergen, rioolwater rechtstreeks op oppervlaktewater wordt geloosd.

Peilbeheer

Vaststellen en handhaven van een bepaalde waterstand in rivieren, beken en sloten.

Peilbesluit

In een peilbesluit legt het waterschap de peilen vast van een bepaald gebied. Het waterschap is wettelijke verplicht één keer in de tien jaar een peilbesluit te herzien. Dan weegt het bestuur van het waterschap de belangen van de gebruikers van het gebied opnieuw tegen elkaar af. Voor de herziening van een peilbesluit gelden vastgestelde procedures (publicatie, inspraak).

Bij het herzien van het peilbesluit zijn de gebruiksfuncties van een gebied het uitgangspunt, bijvoorbeeld landbouw, natuur en bebouwing. Deze gebruiksfuncties stellen verschillende eisen aan de hoogte van een waterpeil. Agrariërs willen vaak een laag waterpeil, voor de natuur is echter een hoog waterpeil beter.

Persleiding

Leiding waarin rioolwater onder druk wordt getransporteerd.

Plasberm
Horizontaal gedeelte van een dijk, aan de buitenzijde gelegen, als overgang tussen de harde bekleding en de rest van het talud of de vooroever. Ook wel 'kreukelberm' of 'teenbestorting'genoemd.
Portefeuillehouder

Lid van het dagelijks bestuur aan wie bepaalde aandachtsgebieden van het dagelijks bestuur zijn toegewezen.

Proefbronnering

Oppompen van verontreinigd grondwater in het kader van een saneringsonderzoek in de zin van de Wet bodembescherming.

Retentie

Het vertragen van de afvoer of vasthouden van water in de speciaal daarvoor geschikt gemaakte gebieden (retentiegebieden)

Riool(water)overstort

Zie: overstorten.

Rioolgemaal

Pompstation dat rioolwater van het ene punt naar een ander verpompt. Er zijn gemeentelijke rioolgemalen in het rioolstelsel van de gemeente en er het waterschap beschikt over rioolgemalen. Deze verpompen vaak het rioolwater van een woonkern naar een rioolwaterzuivering.

Rioolstelsel

Een stelsel van (civiel)technische voorzieningen dat zich onder of boven het aardoppervlak bevindt, bestemd voor de inzameling, transport en tijdelijke opslag van afvalwater.

Rioolwaterzuiveringsinstallatie

Installatie waar afvalwater wordt gezuiverd zodat het weer geloosd kan worden in het oppervlaktewater.

RWA

Afkorting voor 'regenweeraanvoer' of 'regenweerafvoer': de hoeveelheid rioolwater die gedurende een dag met veel neerslag wordt aangevoerd op een rioolwaterzuivering (maximale pompcapaciteit) of wordt afgevoerd uit een bepaald gebied.

Sediment

Bezinksel, afzetting.

Sloot

Een natuurlijke of gegraven sleuf die dient voor de aan- en afvoer van water.

Spoelwater

Water ten behoeve van schoonspoelen (bijv. van filters e.d.).

Spuiën

Lossen van overtollig water

Stedelijk gebied

De bebouwde gebieden van zowel dorpen als steden, als ook grote verharde oppervlakten, bijvoorbeeld: woonwijken, industrieterreinen, rijkswegen, complex van kassen van de glastuinbouw, etc.

Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA)

Wetenschappelijk instituut van de waterbeheerders in Nederland (waterschappen, provincies en het ministerie van Verkeer en Waterstaat). De STOWA doet onderzoek naar nieuwe toepassingen voor het waterbeheer. Ook verzamelt en publiceert dit instituut informatie over bijvoorbeeld waterkwaliteit.

Stikstof

Een natuurlijk element dat essentieel is als bouwstof voor alles wat leeft. Stikstof wordt door planten, mensen en dieren opgenomen in de vorm van nitraat- of ammoniumzouten. Bij een overmaat aan deze zouten in het milieu raakt echter de voedselketen ontwricht en spreekt men van eutrofiëring. Het overtollige nitraat komt zo onder andere in het oppervlaktewater terecht. Samen met het fosfaat zorgt stikstof daar voor de overmatige groei van algen.

Stroomgebied

Gebied, waarvan alle neerslag naar een bepaalde beek of rivier stroomt. Waterschap Zeeuwse Eilanden gaat over het stroomgebied van de Scheldes.

Tarieven

De bedragen van de verschillende waterschapsheffingen.

De heffingen zijn de volgende; watersysteemheffing ingezetenen, watersysteemheffing gebouwd, watersysteemheffing ongebouwd en watersysteemheffing ongebouwd natuurterreinen, verontreinigingsheffing / zuiveringsheffing.

Alle tarieven worden jaarlijks opnieuw vastgesteld.

Teenbestorting
Horizontaal gedeelte van een dijk, aan de buitenzijde gelegen, als overgang tussen de harde bekleding en de rest van het talud of de vooroever. Ook wel 'kreukelberm' of 'plasberm'genoemd.
Toetsingskader

Visie op het watersysteem in een bepaald gebied waarmee activiteiten van derden kunnen worden getoetst of zij niet in strijd zijn met de doelstellingen van het waterschap.

Uitloging

Het proces waarbij door uitspoeling van stoffen uit de bodem of andere materialen onder invloed van regen en of grondwaterstromen in het oppervlaktewater terecht komen.

Verdroging

Alle nadelige effecten op natuurwaarden als gevolg van structurele lagere grondwater- en/of oppervlaktewaterstanden. In landbouwgebieden spreken we van droogteschade.

Verhard oppervlakte

Oppervlakte dat is bebouwd of bestraat (huizen, gebouwen, straten, wegen, pleinen, bedrijven, bedrijfsterreinen, kassen in de glastuinbouw etc.).

Verontreinigingsheffing

Waterschapsbelasting die u betaalt wanneer u afvalwater vanuit woning of bedrijf direct loost op oppervlaktewater. De lozing van afvalwater zal in deze gevallen een septictank doorlopen of een IBA-systeem (Individuele Behandeling Afvalwater) met een hoger zuiveringsrendement.

Het waterschap controleert de kwaliteit van het oppervlaktewater en waterbodem en of bedrijven zich aan de voorschriften houden. Die kosten worden onder meer met de opbrengst van de verontreinigingsheffing betaalt.

Vervuilingseenheid / V.E.

Een maat voor de hoeveelheid vuil die één persoon gemiddeld per dag produceert en via water in het riool loost. ook wel inwonerequivalent genoemd.

Visstand

De mate van en de variatie in het voorkomen van vissen in een bepaald water.

Vooroever
Waterbodem in de zone vlak voor de teen van een dijk.
Vrij-vervalriool

Riool, waarbij het water door natuurlijke afstroming van hoog naar laag wordt getransporteerd (tegenovergestelde van persleiding).

Waterakkoord

Een contract tussen twee waterbeheerders waarin de afspraken staan over de wateraan- en -afvoer.

Waterbeheerplan

Een plan waarin het waterschap aangeeft wat het ter vervulling van zijn taak gaat verrichten; hierbij wordt rekening gehouden met het gestelde in een provinciaal Waterhuishoudingplan en de Nota Waterhuishouding van het Rijk.

Waterbodem

De bodem van sloten, beken, rivieren en kanalen die (nagenoeg) permanent onder water ligt.

Waterkeringszone
Gebied waarop de keur van toepassing is.
Waterketen

De kringloop van water voor menselijk gebruik: oppompen van grond- of oppervlaktewater voor drinkwater, het bereiden en distribueren van drinkwater, de riolering en rioolwaterzuivering en de lozing ervan op oppervlaktewater.

Waterloop

Sloot, beek, rivier of kanaal, ook wel "watergang" genoemd.

Waterontrekkingsverbod

Het verbod voor vergunninghouders om tijdens droge periode water te onttrekken uit sloten en beken.

Wateronttrekking

Water pompen uit sloten en beken voor beregening en drinkwater voor vee.

Waterschap

Een instantie, overheidslichaam (net zoals bijv. een gemeente) met bijzondere taken in relatie tot water: zoals het zorgen voor het onderhoud van waterkeringen (dijken), het waterpeil en voor een goede waterkwaliteit. In west Nederland heten waterschappen ook wel hoogheemraadschap.

Watersysteem

Een door stroming samenhangend geheel van grond- en oppervlaktewater, alsmede de daarbij horende levensgemeenschappen, kunstwerken, processen en relaties met de omgeving.

Watersysteemheffing

Waterschapsysteemheffing ingezetenen betaalt iedereen die zelfstandig woont. Als per woonruimte meerdere gebruikers ingeschreven staan in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) wijst het waterschap één van hen als belastingplichtige aan.

Watersysteemheffing gebouwd; een belasting voor eigenaren en zakelijk gerechtigden van gebouwen zoals woonhuizen, boerderijen, scholen,bedrijven en kantoren.

Watersysteemheffing ongebouwd; een belasting voor eigenaren en zakelijk gerechtigden van ongebouwde grond zoals akkers, weilanden en boomgaarden.

Watersysteemheffing ongebouwd natuurterreinen; een belasting voor eigenaren en zakelijk gerechtigden van natuurterreinen.

Van de watersysteemheffing betaalt het waterschap het onderhoud van dijken, wegen en sloten en de beheersing van het waterpeil.

WB21

WB21 = Waterbeheer 21e eeuw

WOZ

Wet Waardering Onroerende Zaken. zie belasting ABC.

WVO

Wet verontreiniging oppervlaktewateren (deze wet is per 22 december 2009 vervangen door de Waterwet)

Zandvang

Verbreding in een rivier of beek waar meestromend zand de kans krijgt te bezinken. Dit om bezinking van zand in watergangen in stedelijk gebied te ontzien. Daar is ruimen en bodemsaneren vaak moeilijker uit te voeren. Zo kan ook de waterkwaliteit worden verbeterd.

Zuiveringsheffing

Waterschapsbelasting die u betaalt wanneer u afvalwater vanuit woning of bedrijf afvoert naar de riolering.


Met de opbrengst beheert en onderhoudt het waterschap onder meer de waterzuiveringsinstallaties waarmee het afvalwater wordt schoongemaakt. Het water kan daarna weer terug de natuur in.

Zuiveringstrap

Een onderdeel van het zuiveringsproces op een rioolwaterzuivering.

Zware metalen

Een groep metalen met een soortelijk gewicht zwaarder dan 5 g/cm3, vaak in opgeloste of chemisch gebonden vorm in het water aanwezig (o.a. cadmium, kwik, koper, lood, zink, chroom en nikkel).

Zwarte-lijststoffen

Stoffen waarvoor in internationaal verband is afgesproken dat vermindering of opheffing van lozing de hoogste prioriteit verdient. Tot de zwarte-lijststoffen behoren 129 stoffen, waaronder kwik en cadmium (zie zware metalen).

Klik door

Naar boven