
Alle nadelige effecten op natuurwaarden als gevolg van structurele lagere grondwater- en/of oppervlaktewaterstanden. In landbouwgebieden spreken we van droogteschade.
Oppervlakte dat is bebouwd of bestraat (huizen, gebouwen, straten, wegen, pleinen, bedrijven, bedrijfsterreinen, kassen in de glastuinbouw etc.).
Waterschapsbelasting die u betaalt wanneer u afvalwater vanuit woning of bedrijf direct loost op oppervlaktewater. De lozing van afvalwater zal in deze gevallen een septictank doorlopen of een IBA-systeem (Individuele Behandeling Afvalwater) met een hoger zuiveringsrendement.
Het waterschap controleert de kwaliteit van het oppervlaktewater en waterbodem en of bedrijven zich aan de voorschriften houden. Die kosten worden onder meer met de opbrengst van de verontreinigingsheffing betaalt.
Een maat voor de hoeveelheid vuil die één persoon gemiddeld per dag produceert en via water in het riool loost. ook wel inwonerequivalent genoemd.
De mate van en de variatie in het voorkomen van vissen in een bepaald water.
Riool, waarbij het water door natuurlijke afstroming van hoog naar laag wordt getransporteerd (tegenovergestelde van persleiding).