
Het talud, waarbij nog sprake is van een directe relatie met het water (rivier, beek, stroom).
Het volgens een vast jaarplan onderhouden van de watergangen.
De plicht van een eigenaar van grond, grenzend aan een sloot of beek, om die sloot of beek te onderhouden tot de helft van de breedte .
Een vrijstelling voor iets dat wettelijk niet is toegestaan. Een ontheffing kan bijvoorbeeld worden verleend voor het verbod om te lozen op oppervlaktewater.
De afvoer van water van een perceel of gebied, over of door de grond en eventuele drainagebuizen, greppels en kleine slootjes naar een groter stelsel van sloten en beken.
Al het natuurlijk water dat te zien aan het oppervlak van het landschap, zoals sloten, beken, kanalen en vennen, en in verbinding staan met grondwater.
Nooduitlaten in het rioolstelsel, waardoor bij hevige regenval en capaciteit te kort om rioolwater te bergen, rioolwater rechtstreeks op oppervlaktewater wordt geloosd.